Boonstra’s kijkdozen in twee dimensies

Tijdloze werelden in scène gezet

De geënsceneerde foto’s van Rommert Boonstra zijn theater in het klein. Verleden, heden en toekomst komen bijeen in collages met een hoog poëtisch gehalte.

Dit jaar viert fotograaf/dichter Rommert Boonstra (Groningen, 1942) zijn 65e verjaardag. Genoeg reden voor de Noorderlicht Fotogalerie in Groningen om de meester van de in scène gezette fotografie te eren met de overzichtsexpositie ‘De Geschiedenis van het Vergeten’.

Een fijne, poëtische titel. Boonstra’s liefde voor poëzie spreekt ook uit de zaalteksten. Meer nog dan de foto’s zijn het die teksten die inzicht geven in de persoon achter de lens. Zo lezen we dat Boonstra van natuurwandelingen houdt, weinig opheeft met de ‘rechte hoek van Mondriaan’, met daarvan afgeleide moderne architectuur en met hersenloos consumentisme.

Voordat Boonstra als fotograaf/dichter aan de slag ging, maakte hij furore als jongste schouwburgdirecteur van Nederland. Eerst werkte hij in Assen, daarna verkaste hij naar Theater Lantaren/Venster in Rotterdam, de stad waar hij tot op de dag van vandaag woont en werkt. Pas na een spierziekte die hem in 1980 (tijdelijk) verlamde, ging hij zich bezighouden met poëzie en fotografie.

Als je door de galerie wandelt, merk je dat Boonstra eigenlijk altijd schouwburgdirecteur is gebleven. Het enige verschil is dat hij nu als fotograaf ook controle heeft over het creatieve proces. In zijn atelier regisseert hij zijn eigen theatervoorstellingen. Hij maakt een soort kijkdoos waarin vergeelde familieportretten, glasscherven, beschimmelde etensresten en afgedankte boeken samenkomen. Voorwerpen die, zoals Boonstra dat zo mooi zegt ‘op de vuilnishoop van de geschiedenis’ terecht zijn gekomen, worden afgestoft en krijgen weer betekenis. Van die troep creëert hij thuis in alle rust een wereld waarin tijd niet bestaat. Op de begane grond hangen titelloze foto’s uit de periode 1983-1995, in de kelder nieuw werk uit de series Rotterdam en Creantay.

Uit de recente foto’s blijkt een goed oog voor detail. In zijn Rotterdam-serie legt hij het stedelijke landschap vast vanuit het perspectief van een grote schroef, een stuk touw of wat scherven glas. Niet alles beklijft helaas. Zo is er de foto van het opengeslagen boek met een papiertje waarop staat ‘Waar kan taal anders over gaan dan over het tekortschieten van woorden’. Een rake tekst, maar het beeld voegt weinig toe. Soms zit er ook weinig achter het beeld, zoals bij een foto van een hand, wat rookvlees en een kaasschaaf. Boonstra suggereert hier dat de schaaf een laag van de hand heeft afgeschaafd, zonder verdere betekenis.

Wat uiteindelijk het meest overtuigt zijn de vroege, dicht tegen de kunstfotografie aanleunende kiekjes vol cultuurhistorische verwijzingen. Die foto’s – waar Boonstra ook bekend mee is geworden en die inmiddels in heel Europa te zien zijn geweest – zijn gelaagd en niet zo eenduidig. Daar probeert de fotograaf niet grappig of gevat uit de hoek te komen en is de link tussen beeld en taal niet geforceerd. Dan sleurt Boonstra je mee in een fantastische wereld die is vormgegeven met stukjes spons, foto’s van oude Griekse tempels, snippers plastic en kleine speelgoedpoppetjes. Op dat soort momenten is Boonstra op zijn best.

Bovenstaande recensie verscheen – in ietwat gewijzigde vorm – eerder in De Pers.

Comments are closed.

Print Friendly, PDF & Email