Populisme

Het populisme. Er is de afgelopen jaren al veel over gezegd en geschreven. Er zijn legio debatten over georganiseerd, cahiers aan gewijd en televisie uitzendingen over gemaakt (de IKON maakte afgelopen jaar een serie over het opkomende populisme in Europa. gepresenteerd door voormalig politicus Paul Rosenmuller). Vooral de journalistiek heeft er stevig zijn tanden in gezet, helemaal sinds de PVV gedoogsteun verleende aan het kabinet van CDA en VVD, een kabinet dat afgelopen maand – gelukkig – toch nog viel. Maar hoe reageert de kunstwereld eigenlijk op al dat populisme om ons heen? En dan specifiek de kunstenaar?

Mister Motley vroeg mij om daar een stuk over te schrijven, omdat ik als redacteur verbonden ben aan kunstinitiatief Noordkaap (Dordrecht), dat in 2011 en 2012 met een programma over de opkomst van het populisme door Europa trekt. Vorig jaar exposeerde Noordkaap in Kunsthalle Whitebox in München, gelegen vlakbij station Ostbahnhof, op het terrein dat als Kultfabrik bekend staat. De afgelopen jaren is dat gebied verworden tot een entertainment area. Want entertainment, daar was behoefte aan in München, de stad waar de NSDAP in 1919 werd opgericht, en waar Adolf Hitler woonde. Dus maken de populistische politici er graag ruimte voor vrij. Entertainment zorgt namelijk voor afleiding. En wie is afgeleid, maakt zich niet meer druk om datgene wat echt belangrijk is, zoals de ontwikkelingen in de maatschappij.

In Keulen, de stad die Noordkaap afgelopen januari bezocht, is er jarenlang veel gedoe geweest over de bouw van een megamoskee. De belangrijkste Turks-Islamitische organisaties van Duitsland zijn in Keulen gevestigd, en circa 12% van de huidige bevolking van Keulen is Moslim. Maar toch was er veel protest tegen de komst van de moskee, die minaretten heeft van 55 meter hoog (inmiddels is de bouw bijna voltooid).

In Istanbul, waar Noordkaap in september 2011 verbleef, leidde de opkomst van het populisme, en de vijandige houding jegens kunst die daarmee vaak gepaard gaat, in 2010, toen Istanbul Culturele Hoofdstad van Europa was, tot aanvallen op kunstgaleries. De bevolking van Tophane voelde zich bedreigd door de groeiende hoeveelheid kunstinstellingen, en richtte haar woede over de transformatie van de wijk op de kunstsector. Zelfs vanuit de regering is de aanval op de kunst geopend. In 2011 eiste de Turkse premier Tayyip Erdogan de vernietiging van de sculptuur Monument to Humanity van beeldhouwer Memhmet Aksoy in Kars (Turkije), een beeld van twee figuren, een Turkse en een Armeense. De Turkse figuur strekt zijn arm uit naar de Armeense, als teken van verzoening. Erdogan, en met hem veel andere Turkse politici, gelooft echter niet dat het Turkse leger tussen 1900 en 1924 honderdduizenden tot miljoenen Armeniërs heeft vermoord, een feit waarnaar het beeld verwees. Hij vond de sculptuur misplaatst, en verordonneerde de sloop. In april 2011 begon de vernietiging.

Nog een voorbeeld van de spanningen tussen kunstwereld en overheid; de Turkse schrijfster/curator Pelin Tan die ik, als redacteur van de krant die Noordkaap uitgeeft bij elke stad die ze bezoekt, vroeg of het essay dat ze had geschreven voor de krant ook op de Noordkaap website mocht verschijnen antwoordde: “Liever niet”. Ze zou er namelijk problemen mee kunnen krijgen (inmiddels staat de tekst wel online, vandaar dat ik haar naam nu wel kan noemen). De Turkse overheid kijkt volgens Tan met steeds meer achterdocht naar de Turkse kunstwereld. En vice versa. Kunstenaar Burak Delier, die ook meewerkt aan het programma van Noordkaap, maakte in 2005 een foto van een gesluierde vrouw. De sluier had de kleuren van de vlag van de Europese Unie. Delier exposeerde zijn afbeelding voor het eerst in de straten van Istanbul (er was namelijk geen galerie die zijn foto wilde laten zien, bang als men was voor represailles vanuit de overheid). Nadat de foto werd opgepikt door de media, toonde de kunstwereld alsnog interesse (het beeld was onder andere te zien tijdens de 9e editie van de Istanbul Biënnale). Wat met name lastig bleek, is dat Delier niet direct zijn eigen positie prijsgaf. Dat zorgde voor verwarring. De Oostenrijkse, rechts-extremistische FPÖ gebruikte het beeld bijvoorbeeld in een campagne tegen de Islamisering in Europa. Met als gevolg dat die partij naderhand moest rectificeren.

Niet alle kunstenaars die meedoen aan het programma van Noordkaap hebben overigens zo’n activistische inslag. De meesten reageren symbolisch, dus via een omweg. Soms zelfs op ludieke wijze.

Een voorbeeld is de Duitser Johannes Brechter, die in Istanbul van oude waterflessen twee poppen maakte. De poppen verwezen naar Karagöz en Hacivat, personages van het traditionele Turkse schimmenspel dat populair was tijdens de Ottomaanse periode. Karagöz was symbool voor de gewone man, Hacivat voor de hoger opgeleide. De laatste spreekt Ottomaans Turks en gebruikt een literaire taal. Brechter liet de karakters in de straten van Istanbul onder andere over het belang van kunst discussiëren, vanuit een wagentje dat arme Turkse arbeiders achter zich aanslepen, en waarin ze vuilnis verzamelen (waar ze dan bij het vuilnisverwerkingsbedrijf nog een paar centen voor krijgen). Hij speelde in op lokale tradities en gewoonten en stelde op een aantrekkelijke manier actuele ontwikkelingen aan de kaak, met veel humor en kleur.

Delier kwam via de buitenwereld de kunstwereld binnen. Brechter ging als kunstenaar de straat op, maar realiseerde zich goed dat je in die buitenwereld niet ver komt met geklaag over de toestand in de kunstsector. Wil je interesse opwekken bij een groot publiek, zoals populisten dat willen, dan moet je je strategie veranderen. Of je speelt, zoals Delier deed, het slim via de media (denk in Nederland aan Jonas Staal, die met zijn Geert Wilders werken heel handig inspeelde op het sentiment dat rond Wilders ontstond), of je verpakt je boodschap op ludieke wijze, in een vorm die aanspreekt bij een breed publiek. Veel meer dan het thema ‘populisme’ te behandelen op een intellectuele manier, gebruikt Noordkaap wat je zou kunnen noemen ‘populistische strategieën’ om een breed publiek te bereiken. Populisme wordt vaak geassocieerd met iets ‘slechts’. Maar je kunt als instelling en kunstenaar ook iets leren van de populist. Namelijk op welke manier, en met wat voor taal, je dat grote publiek naar je toe kunt trekken.

Bovenstaand artikel verscheen – in ietwat gewijzigde vorm – eerder op de website van Mister Motley.
www.mistermotley.nl

Comments are closed.

Print Friendly, PDF & Email